Arnoud Kuijpers is de bekendste docent Nederlands van het land, maar beslist geen vakidioot
Arnoud Kuijpers (Roermond, 21 augustus 1987) is zonder twijfel een van de bekendste docenten Nederlands van het land. Toen hij dertien jaar geleden een uitlegfilmpje over een eindexamen voor zijn eigen klas online zette, bleek dat direct een hit. Inmiddels is de YouTube-docent bijna driehonderd video’s verder en trekt hij dagelijks tienduizenden kijkers met zijn uitlegclips. Toch gaat er voor Kuijpers niets boven lesgeven op een gymnasium in Gouda. „Ik ben nog steeds zo blij dat ik voor de klas sta. Dat is voor mij op dit moment het mooiste en beste wat ik kan doen.”
Kuijpers, geboren in Roermond maar opgegroeid in Vught, is naar eigen zeggen al zo’n twaalf of dertien jaar („Ik ben echt niet goed in jaartallen”) docent Nederlands. Inmiddels werkt hij zes jaar op het Coornhert Gymnasium in Gouda. Daar geeft hij les aan klas vier tot en met zes. Van de tijd waarin hij nog zelf Nederlands kreeg, herinnert hij zich op een schrijf- en spreekopdracht na weinig. Dat gevoel, vermoedt hij, zullen de leerlingen van nu over tien of twintig jaar waarschijnlijk ook wel hebben. „Ik denk niet dat Nederlands een vak is dat veel leerlingen bijblijft.”
Laten zien hoe mooi taal is
Zodoende doet Kuijpers er alles aan om het vak aantrekkelijk te maken, soms door leerlingen vaardigheden op bijna gekke manieren aan te laten leren. Maar bovenal wil hij leerlingen de schoonheid van taal laten ervaren. Vindt Kuijpers een mooie zin in een boek, dan leest hij die zin de volgende dag voor in de klas. Het boek legt hij daarna voor in het klaslokaal neer. „En dat wordt dan altijd meegenomen. Ik wil laten zien hoe mooi taal kan zijn. Dat is écht een doel.”
Daarnaast heeft hij als docent nog een doel: hij wil dat leerlingen met plezier naar zijn lessen komen en dat ze die lessen niet saai, maar interessant vinden. Daarom vraagt de docent Nederlands zijn leerlingen regelmatig om feedback. Daarin geven leerlingen aan dat Kuijpers met enthousiasme lesgeeft en dat ze daarom graag naar zijn lessen komen. Die bevlogenheid kan dan weer het verschil maken, weet Kuijpers. „Als je die opening eenmaal hebt, dan heb je ook de mogelijkheid dat ze gaan leren.”
Toch het onderwijs in
Toch was een carrière in het onderwijs voor Kuijpers niet altijd vanzelfsprekend. „Vroeger zei iedereen altijd tegen mij dat ik een goede docent zou zijn”, gaat hij terug in de tijd. Juist daarom wilde hij aanvankelijk niet het onderwijs in. Zijn opa was docent Frans, maar die taal lag Kuijpers niet zo. De Nederlandse taal wel, net als het schoolvak.
Na het vwo begon Kuijpers daarom aan de studie Nederlandse taal en cultuur. Tijdens een minor aan de universiteit stond hij drie maanden voor de klas. Daar werd het eerste zaadje geplant. Na zijn bachelor volgde een eenjarige master om eerstegraads docent te worden. „Dat was voor mij meteen een feestje. Ik vond dat zó ontzettend leuk. En shit, dacht ik: die mensen hebben dus vroeger altijd gelijk gehad.” Spijt van zijn keuze voor het leraarschap had hij later nooit. „Ik ben nog steeds zo blij dat ik voor de klas sta. Dat is voor mij op dit moment het mooiste en beste wat ik kan doen.”
In een wereld die bol staat van vernieuwing kwam hij echter niet terecht. Toen hij zo’n dertien jaar geleden voor het eerst voor de klas stond, merkte hij hoe weinig er in de tussentijd veranderd was. De manier van lesgeven bleek vrijwel dezelfde als in zijn eigen tijd als leerling op het Maurick College. „En nu zijn we weer dertien jaar verder en doen we het nog steeds op dezelfde manier. Dat vind ik heel moeilijk.”
Tienduizenden views per dag
Daarom koos Kuijpers in mei 2013 voor een eigentijdse aanpak: hij startte een YouTube-kanaal met toegankelijke uitlegvideo’s over grammatica, formuleren en schrijf- en leesvaardigheid. Het kanaal is inmiddels goed voor tienduizenden dagelijkse views, heeft ruim 39.000 abonnees en telt zo’n 270 video’s. De ultieme uitleg van Kuijpers over werkwoordspelling werd al 741.000 keer bekeken. Ook video’s over drogredenen, slimme eindexamentrucjes en het verschil tussen het naamwoordelijk en werkwoordelijk gezegde trokken reeds honderdduizenden kijkers.
Het idee voor het kanaal ontstond na een televisie-uitzending over flipping the classroom, een onderwijsconcept dat rond 2010 opkwam en waarbij leerlingen uitleg en instructie in hun eigen tijd bekijken. Dat idee sprak Kuijpers meteen aan. „Toen ben ik een examenfilmpje gaan maken, gewoon voor mijn eigen leerlingen.” Met de meivakantie voor de deur was hij bang dat ze anders twee weken niets zouden doen ter voorbereiding op het centraal eindexamen. De YouTube-leraar dacht: maak nou het eindexamen van 2012, bekijk het filmpje en dan is het wel oké. Maar het liep uiteindelijk anders.
Dat filmpje werd namelijk een groot succes. „Dat examenfilmpje werd toen in twee weken zo veel bekeken, dat waren niet alleen mijn leerlingen”, herinnert Kuijpers zich. Kort daarna kreeg hij een ernstig ongeluk en moest hij een tijd thuisblijven. „Maar ik kan heel slecht tegen niks doen, dus ben ik heel veel filmpjes gaan maken. Het was eigenlijk een soort bezigheidstherapie.” Na een tijdje sloegen de video’s aan en groeide het kanaal uit tot wat het nu is.
Kneiterveel tijd
Die video’s maken kost echter een hoop tijd. „Er zit kneiterveel tijd in, dus mijn vriendin is er niet altijd blij mee. Voor één minuut film ben ik anderhalf uur bezig.” Sommige uitlegfilmpjes duren vier of vijf minuten. „Dus ga maar na”, zegt Kuijpers.
Het proces is behoorlijk intensief: eerst schrijft Kuijpers een script, daarna maakt hij de beelden en vervolgens neemt hij beeld en geluid onder elkaar op. Tot slot volgt de montage. De filmpjes moeten bovendien voor iedere kijker simpel en helder zijn. Via YouTube verdient Kuijpers wel wat aan advertenties, maar dat is vooral leuk meegenomen. De kosten haalt hij er niet uit. Voor inkomsten uit zijn online werk is hij vooral afhankelijk van uitnodigingen op scholen of opdrachten van de overheid, zoals voor VO-content. „Je wordt er niet rijk van, maar dat is ook absoluut niet m’n bedoeling hiervan geweest.”
Levert zijn YouTube-werk hem binnen de school dan wel extra status op? Dat valt eigenlijk best mee. „Ik heb meer aanzien buiten mijn school dan binnen mijn school, maar ik betwijfel of ‘aanzien’ het goede woord is.”
Geen vakidioot
Van zijn filmpjes over de Nederlandse taal plaatste Kuijpers er inmiddels bijna driehonderd op YouTube, maar een vakidioot is hij allerminst. „Nee, helemaal niet. Ik ben verre van een vakidioot, ik ben een mensenidioot. Ik houd van mensen en vooral pubers vind ik heel leuk. Ik maak filmpjes over de Nederlandse taal, maar spelfouten boeien me niet zo veel. Ik vind het vooral heel fijn om mensen te helpen.”
Neon in plaats van dikke, dure methodes
Maar voor iemand die zichzelf geen vakidioot noemt, is hij opvallend gepassioneerd. Hij heeft een bijna bezeten toewijding aan zijn vak. Ook zegt hij het nodig te hebben om voortdurend zichzelf en lesmateriaal te blijven ontwikkelen. Kuijpers werkt daarom volgend schooljaar twee volle dagen per week voor het Nederlands Onderwijsinstituut (Neon) aan een nieuwe methode. Neon is een coöperatie van leraren en scholen en wil betere, duurzamere en goedkopere lesmethodes maken dan commerciële uitgevers. De methodes zijn wetenschappelijk onderbouwd, sluiten aan op de nieuwe kerndoelen en worden ontwikkeld door leraren zelf. Leraren krijgen bovendien de regie: zij kunnen lesmateriaal aanpassen en delen via een gezamenlijke bibliotheek.
Kuijpers: „Docenten kunnen precies uitkiezen wat ze ook echt gaan gebruiken in hun lessen, in plaats van dat ze een dikke methode kiezen en misschien maar de helft of een kwart gebruiken, maar wel de volle mep betalen. Ik heb zelf niet zo’n hoge pet op van methodes. Het zijn bedrijven die graag geld willen verdienen. Ik vind dat ze daar niet het beste onderwijs voor teruggeven. Dat kan niet de bedoeling zijn van onderwijs.”
De stap naar Neon betekent wel minder goed nieuws voor zijn YouTube-kanaal. „Daar gaan mijn video’s onder lijden. Dat komt op een iets lager pitje te staan, dat kan niet anders.”
Pleidooi voor een ander eindexamen
Of het vak dan, met een nieuwe en toekomstbestendige methode en de actualisatie van kerndoelen en eindtermen bijna ‘af’ is? Dat niet, vindt de docent Nederlands. Hij ziet nog genoeg ruimte voor verbetering van zijn vak ziet. Zo wil hij het centraal eindexamen afschaffen en in plaats daarvan scholen uitsluitend schoolexamens laten afnemen, conform Belgisch model. Daarnaast pleit hij voor een veel pragmatischere invulling van het vak. „Je kunt spellingsregels wel aanleren, maar ga dan als docent iets doen waardoor leerlingen doorhebben dat er iets van afhangt als je de regels niet goed kent. In 5-gymnasium schrijven we een ingezonden brief en sturen we die ook daadwerkelijk naar het ɴʀᴄ op. Dan zie je meteen iets gebeuren.”